ISO 5211 is de internationale norm voor de montageflens tussen een kwartslagaandrijving en een industriële afsluiter. De norm legt de flensafmetingen, de aandrijfvorm en de referentiemomenten vast, zodat aandrijving en afsluiter van verschillende fabrikanten op elkaar passen. De OMAL aandrijvingen gebruiken de F-serie van F03 tot F25.
Laatst bijgewerkt: 5 juli 2026
ISO 5211 is de internationale norm voor de bevestiging van kwartslagaandrijvingen aan industriële afsluiters. De norm legt drie dingen vast: de flensafmetingen van het koppelvlak, de afmetingen van de aandrijfvorm (de as die het koppel overbrengt) en referentiewaarden voor het koppel. Doordat afsluiter en aandrijving beide aan ISO 5211 voldoen, passen componenten van verschillende fabrikanten op elkaar, vaak zonder tussenbeugel.
De montageflenzen worden aangeduid met een F-code, zoals F03, F05 of F07. Het nummer hangt samen met de steekcirkel van de bouten. Elke flens heeft een vast boutpatroon, boutmaat en een referentiemoment. De onderstaande waarden zijn het maximaal via de flens overdraagbare moment volgens ISO 5211. Let op: dit is niet het uitgangskoppel van de aandrijving, maar de limiet van de flensverbinding.
| Flenstype | Max. flensmoment (Nm) |
|---|---|
| F03 | 32 |
| F04 | 63 |
| F05 | 125 |
| F07 | 250 |
| F10 | 500 |
| F12 | 1000 |
| F14 | 2000 |
| F16 | 4000 |
| F25 | 8000 |
De reeks loopt in de norm door tot grotere flenzen (F30 en hoger). De waarden gelden onder de in ISO 5211 gedefinieerde aannames voor boutspanning en wrijving.
Naast de flens legt ISO 5211 de vorm van de aandrijving vast, oftewel hoe het koppel wordt overgebracht:
De norm maakt aandrijving en afsluiter uitwisselbaar. U kunt een aandrijving van de ene en een afsluiter van de andere fabrikant combineren, zolang beide dezelfde F-maat en aandrijfvorm hebben. Bij directe montage vervalt de tussenbeugel, wat de opbouw compacter en stijver maakt.
De OMAL AGO en RACKON aandrijvingen hebben een montageflens volgens EN ISO 5211, van F03 tot F25. Daardoor koppelt u ze rechtstreeks aan een passende afsluiter. Meer over het programma leest u op de pagina OMAL pneumatische aandrijvingen.
Hoe u het benodigde koppel bepaalt, leest u in hoe bereken ik het benodigde koppel.
De internationale norm die de montageflens tussen een kwartslagaandrijving en een industriële afsluiter vastlegt: flensafmetingen, aandrijfvorm en referentiemomenten, zodat componenten van verschillende fabrikanten passen.
Dit zijn ISO 5211 flenstypes. De F-code hoort bij een vast boutpatroon, boutmaat en referentiemoment. U kiest de F-maat die overeenkomt tussen afsluiter en aandrijving.
Niet rechtstreeks. Verschillende F-maten vragen een adapter of tussenbeugel. Controleer daarnaast of het koppel binnen zowel de afsluitereis als het flensmoment blijft.
De OMAL AGO en RACKON aandrijvingen hebben een montageflens volgens EN ISO 5211, van F03 tot F25.