De aansluiting bepaalt hoe u een afsluiter in de leiding monteert. De drie meest voorkomende uitvoeringen zijn draad, flens en wafer, elk met eigen voor- en nadelen. In dit artikel leest u de verschillen en wanneer u welke aansluiting kiest.
De aansluiting bepaalt hoe u een afsluiter monteert en demonteert, welke drukklasse mogelijk is en hoeveel ruimte en gewicht de afsluiter inneemt. De keuze hangt vooral af van de leidingmaat, de druk en de vraag of u de afsluiter later eenvoudig wilt kunnen uitnemen. Meer over het monteren zelf leest u in Een afsluiter monteren.
Bij een draadaansluiting heeft de afsluiter binnen- of buitendraad en schroeft u hem in de leiding. Dit is vooral gangbaar voor kleinere maten, doorgaans tot circa DN50. Een draadverbinding is compact en voordelig, maar het demonteren is lastiger: u moet de afsluiter of de leiding losdraaien. Draad komt veel voor bij water, lucht en neutrale media in kleinere installaties.
Bij een flensaansluiting zit aan beide zijden van de afsluiter een flens, die u met bouten tegen de tegenflens van de leiding vastzet. Flenzen zijn genormeerd per drukklasse, zodat afsluiter en leiding op elkaar passen. Een flensaansluiting is geschikt voor grotere maten en hogere drukken en laat zich eenvoudig demonteren door de bouten los te nemen. Daar staat tegenover dat een flensafsluiter meer ruimte, gewicht en kosten met zich meebrengt.
Een waferafsluiter klemt u tussen twee leidingflenzen, waarbij de bouten langs de afsluiter door beide flenzen lopen. De inbouwlengte is kort en het gewicht laag, wat de waferuitvoering populair maakt voor vlinderkleppen en terugslagkleppen. Een gewone wafer wordt tussen twee flenzen gemonteerd en is daardoor niet geschikt als eindafsluiter. De lug-uitvoering heeft tapgaten, zodat de afsluiter wel aan het einde van een leiding kan zitten.
| Aansluiting | Sterk in | Let op |
|---|---|---|
| Draad | Kleine maten, lage kosten, compact | Demonteren lastig, vooral lagere drukken en maten |
| Flens | Grote maten, hoge druk, eenvoudig demonteren | Meer ruimte, gewicht en kosten |
| Wafer | Korte inbouwlengte, licht, ideaal voor vlinderkleppen | Tussen twee flenzen; als eindafsluiter alleen in lug-uitvoering |
Werk van de leiding naar de aansluiting:
Twijfelt u welke aansluiting bij uw leiding past? Het bredere stappenplan vindt u in het artikel "Hoe kiest u de juiste afsluiter?"
Draad schroeft u in de leiding en is gangbaar voor kleine maten. Flens zet u met bouten tegen een tegenflens en is geschikt voor grote maten en hoge druk. Wafer klemt u kort tussen twee flenzen en is licht, ideaal voor vlinderkleppen.
Bij kleinere maten, doorgaans tot circa DN50, en bij water, lucht of neutrale media. Een draadaansluiting is compact en voordelig, maar lastiger te demonteren.
Bij grotere maten en hogere drukken, en wanneer u de afsluiter eenvoudig wilt kunnen demonteren. Let er wel op dat een flensafsluiter meer ruimte, gewicht en kosten vraagt.
Een waferafsluiter klemt u tussen twee leidingflenzen, met de bouten langs de afsluiter. De inbouwlengte is kort en het gewicht laag. Als eindafsluiter gebruikt u de lug-uitvoering met tapgaten.
Meestal een wafer- of lug-uitvoering, vanwege de korte inbouwlengte en het lage gewicht. Voor een vlinderklep aan het einde van een leiding kiest u de lug-uitvoering.